Roos van Campen

‘Jonkvrouwe’ Roos van Campen, verzorgt in het kampement de kinderspelen (Middeleeuwse spelletjes met kinderen van het publiek). Tijdens de gevechten van de ridders is ze onmisbaar door haar rol als waterdraagster. 

Isenhardt

Mijn naam is Isenhardt de smid. Mijn vader was al smid in de Hanzestad Campen en als zijn zoon heb ik veel van hem mogen leren. Maar mijn vader wilde dat ik meer nieuwe dingen zou leren en stuurde me met een rivieraak van een bevriende Camper koopman mee om handelswaar te verkopen: vaten haring, zout, barnsteen en lakenstoffen. Onze rivieraak voer naar Deventer en Nimwegen, en vandaar verder naar Keulen. In deze bevriende Hanzesteden konden we onze handel gemakkelijk verkopen. Toen het schip in Keulen leeg was kocht onze koopman een scheepslading vol aardewerk: drinkbekers, jacobakannen, puntneuskruiken, drinkschalen en drieorenkruiken. Prachtig vond ik het. Toen ik hoorde dat het aardewerk 10 km verderop in het dorpje Frechen werd gemaakt, ging ik met de aardewerkhandelaar mee naar zijn dorpje. In Frechen leerde ik het vak om steengoed te maken: van klei tot en met het stoken in een zoutoven.

Na vijf jaren hard werken had ik veel geleerd, kratten vol aardewerk verdiend, en vertrok ik met alles wat ik had weer terug naar Campen. Daar werkte ik weer een tijd bij mijn vader in de smederij, maar het reizen naar het buitenland bleef trekken.

Dus monsterde ik een jaar later aan bij een koggeschip dat met een lading handel naar Lübeck en Wismar zou zeilen. De Ommelandvaart ging om Denemarken heen via het Skagerak en de Sont naar de Oostzee. Dankzij de speciale privileges van koning Abel van Denemarken werd elke kogge uit Campen gastvrij onthaald en dreven we goede handel. Toen we in Hanzestad Lübeck aankwamen zag ik een prachtige stad. Enkele dagen later besloten ik er te blijven, terwijl de Kamper Kogge verder zeilde naar Wismar.

Lübeck is een rijke Hanzestad met veel handel en vele ambachten. Bij een meestersmid van het gilde van Sint Elooi kon ik me verder in het smeden bekwamen en leerde daar ook het smeden van harnassen, speren, maatstafmessen en ander gerief. Ook kregen we steeds meer opdrachten om handbussen te smeden. Niet lang daarna ontwikkelde zich dit tot de bekende haakbus. Als je er zwart buskruit in deed gingen rovers en andere schavuiten door de knal als een haas op de loop.

En nu woon ik al weer jaren met Minneke in onze eigen Hanzestad Campen, en weet u ook hoe het gekomen is dat ik zowel smid als pottenbakker ben.

Martinus Zotteklep

Martinus Zotteklep is de nar van het gezelschap. Tijdens de show is hij degene die ervoor zorgt dat alles goed verloopt of toch niet. In en rond het kampement entertaint hij de ridders en het publiek met jongleren goochelen en verhalen. Uiteraard loopt nooit alles volgens plan bij deze nar wat vaak voor leuke situaties voor het publiek maar ook voor Martinus zorgt.

Dierck van Campen

Mijn naam is Dierck van Campen, Seneschalck en ik ben in dienst van de Bisschop van Utrecht, David van Bourgondië. Zijne doorluchtige eminentie zat op de bisschopszetel van 1456 tot 1496. Mijn functie is om de bestuurszaken binnen zijn volmacht in het Oversticht te vertegenwoordigen. Ik treed op als het gaat om het mobiliseren van de strijdkrachten tegen mogelijke agressors, rechtspraak, bestuurlijke zaken en belastingzaken t.b.v. de Tresorier en in dienst van de bisschop. Daarnaast vervul ik de functie van Heraut tijdens onze toernooien en wapenkeuringen. Los van deze taken beoefen ik mijn vak als kok in het kampement wanneer wij te velde zijn.

“Benedìcat vos omnipotens Deus, Pater, et Filius et Spìritus Sanctus”

Dierck van Campen.

Gijsbrecht Gerritzoon

Ik ben Gijsbrecht Gerritzoon, de Baanderheer van Campen en geboren in 1401. Het Vroedschap van de stad heeft mij aangesteld om de stad te verdedigen tegen aanvallen van buitenaf, het zij vanuit het Sticht of het Oversticht. Ik ben commandant van de stadsmilitie. Zodoende ben ik verantwoording verschuldigd aan het Vroedschap, maar beslis zelf over de strategie en heb hierbij inspraak bij mobilisaties. Zo heb ik Campen vele malen tegen Swoll verdedigd en voerde ik in 1420 campagne tegen de Hollandse hertog Jan van Beieren.

Ik voer mijn eigen wapen en door mijn verdiensten en komaf voer ik boven in mijn wapen het baanderteken. Ik heb een adviserende rol in de rechtspraak als het gaat om de poorters van de stad Campen. Het gehele grondgebied rondom Campen staat onder mijn bescherming en die van mijn mannen. Ik bemoei mij niet met de handel , maar bescherm daarentegen wel de handelaren en de handel in het Hanzeverbond.

“Armis Potentius Aequum” (“Het recht is sterker dan wapens”)

Gijsbrecht Gerritzoon.

Emelie Van Campen

Emelie Van Campen, een kasteelvrouwe die na de dood van haar man op straat is gezet. Ze blijft in leven door te koken voor de ridders in het kampement. Ze is een geweldige kokkin en kan iedereen alles vertellen over het koken op Middeleeuwse wijze. Daarnaast maakt/repareert ze kledingstukken.